Nieuws uit Zuid-Afrika - Januari 2002

Van 4 januari tot half april verblijven Inge en ik in Mariannhill (Zuid-Afrika) voor respectievelijk een schoolstage en vrijwilligerswerk. Gevraagd werd of we voor De Nieuwe Spetser verslag wilden uitbrengen over de gebeurtenissen hier. Wel, met plezier laten we maandelijks iets van ons horen. Deze keer zijn het maar een paar algemeenheden en eerste indrukken. We zijn hier immers nog maar een week en zoeken zelf nog volop onze weg.

Dat Zuid-Afrika een boeiend en mooi land is, ervaarden we reeds tijdens een bezoek twee jaar geleden: Capetown met de Tafelberg, Stellenbosch en de wijngaarden, de Drakensbergen, de wildparken, enzovoort. Kortom: prachtig. De kans om er drie maanden te leven grepen we dan ook met beide handen. De meeste tijd zullen we spenderen in Mariannhill: een gehucht van Pinetown, ongeveer 25 kilometer van Zuid-Afrika’s grootste haven aan de Oostkust: Durban.

Mariannhill werd in 1882 gesticht door de Oostenrijkse Pater Frans Pfanner. Stap voor stap groeide het uit: het klooster werd een abdij, de congregatie van de zuster van het kostbare bloed werd gesticht. Op dit moment zijn er in een mooie omgeving op wandelafstand: een kathedraal, 4 scholen (2 jongens, meisjes en verpleegster), een boerderij, een weeshuis, een zelfhulpcentrum, de redactie van Umafrika (een zulukrant) en 1 van de grootste ziekenhuizen in de regio. Meer info en afbeeldingen vindt u op http://sn.apc.org/users/mariannhill/index.htm

 

Omdat Inge haar stage doet in het St-Mary’s Hospital kregen we de tweede dag van ons verblijf onmiddellijk een rondleiding. Gids van dienst was zuster Silke, een jonge Duitse zuster met reeds heel wat Afrika- en andere ervaring (opleiding psychologie en pedagogie, werkervaring in Albanese vluchtelingenkampen,…). Na het bezoek aan het ziekenhuis bleken de onoverkomenlijke fysische aanpassingsproblemen aan het klimaat zeker niet de grootste te zijn. Temperaturen van 30 graden Celcius zijn de regel en de sterke luchtvochtigheid jaagt deze, gevoelsmatig althans, nog meer de hoogte in. Wat we in St-Mary’s te zien kregen, tartte onze verbeelding en laat sporen na. De problemen waarmee Zuid-Afrika te kampen heeft o.a. omwille van het jarenlange in stand gehouden apartheidsregime passeren de revue:

  • In het ziekenhuis mag niet gerookt worden. Een evengroot bord verbiedt het gebruik van vuurwapens.
  • In de intakeruimte, te vergelijken met onze spoed, worden zowel de erge als de heel erge gevallen binnengebracht. Alhoewel het op dit moment niet zo druk is, schuiven er toch heel wat mensen aan. Verder op de gang staan/liggen/hangen mensen te wachten op een vrij bed. Omwille van een gigantisch tekort aan bedden, kan dit weken duren. Of sommige van de patienten dit nog mee zullen maken, betwijfelen we.
  • Op de kinderafdeling liggen lachende kinderen, herstellend van een breuk, naast leeftijdsgenootjes die op sterven na dood zijn. De hiv/aids patienten pik zelfs ik, een medische leek, er zonder problemen uit: mager, ingevallen wangen, afschilferende huid, infecties,…
  • We bekijken ook het pas geopende en vernieuwde verdiep voor patienten die de rekening wel kunnen betalen. Deze afdeling kan zowaar de concurrentie aan met een Westers ziekenhuis. Twee in plaats van twaalf mensen op een frisse kamer met televisie. De badkamer moeten ze wel delen.

Inge zal meewerken in het Community Outreach Centre (COC). Doel van COC is om zoveel mogelijk patienten thuis te (laten) verzorgen (door familie en of vrienden). Het ziekenhuis heeft immers, zoals reeds eerder gezegd een chronisch tekort aan bedden. Ongeveer 10 mensen vormen de staff en zijn verantwoordelijk voor de eigen regio (townships). Zij zoeken vrijwilligers om patienten op te sporen en op te volgen. Omdat er geen geld is, moet er wel met vrijwilligers gewerkt worden. Zij krijgen wel een aantal vormings- en opleidingssessies in ruil. Die zullen er (misschien) voor zorgen dat ze ooit ergens werk vinden. In een regio met een werkloosheidspercentage van meer 65 is dit niet vanzelfsprekend. De meeste patienten die verzorgd dienen te worden zijn hiv positief of hebben aids en dit in combinatie met andere ziektes. In KwaZulu Natal, de provincie waar wij ons bevinden, wordt het aantal met hiv - aids besmette mensen geschat op 35 procent. Het hoogste percentage van gans zuidelijk Afrika.

We volgden reeds een vormingssessie voor de facilitators (vrijwilligers). In zulu… Alles hebben we niet verstaan maar de nadruk lag op: beperkt stamboomonderzoek (er moet immers steeds gezocht worden naar iemand die de behandeling (gedeeltelijk) kan betalen) en op het opstarten van een patientenopvolgsysteem (hoe evolueert de patient). Boeiend en waardevol, maar niet eenvoudig. De vrijwilligers zijn op zijn zachtst uitgedrukt een heterogene groep gaande van jonge vrouwen tot wat ze hier gogo’s noemen (grootmoeders). Sommige met een groot groeipotentieel, andere met beperktere capaciteiten.

Deze week start ook mijn avontuur: het verzorgen van de opvang en begeleiding van straatkinderen met als doel ze terug thuis onder te kunnen brengen. Een groep van 15 jongeren van 10 tot 15 jaar krijgt voor maximum 1 jaar, een onderkomen in Streetwise. Maar daarover volgende keer meer.

Ondanks al deze indrukken hebben we ook al genoten van ons verblijf. Een frisse pint op een terras vlak aan de Indische Oceaan is niet te versmaden. Net zoals de leuke contacten met rugzaktoeristen in een jeugdherberg in Durban of met de locale bevolking in Mariannhill.

Meer info vindt u op

www.revom.com/afrika (nieuws voor het thuisfront)

www.africa.com (nieuws over afrika)

www.durban.org.za (info over Durban)

http://sn.apc.org/users/mariannhill/index.htm (info over het dorp)

Groeten
Nico Verhoeven en Inge Abrams